21 MIG/MAG las tips

21 MIG/MAG las tips

Speciaal voor onze thema maand: MIG/MAG lassen, hebben wij 21 belangrijke tips op een rijtje gezet. Er zijn ongetwijfeld veel meer goede lastips, wanneer u er graag één met ons wilt delen, doe dit dan op onze Facebook-pagina.

mig mag las tips

  • Zorg voor het juiste lasdraad type passend bij het te lassen materiaal. We hebben hier inmiddels meerdere artikelen over geschreven:
  • Neem de diameter lasdraad welke past bij uw lasparameters (stroominstelling / laspositie). Bij een 0.6 mm lasdraad ligt het globulaire gebied anders dan bij een 1.2 mm lasdraad door met een andere diameter lasdraad te lassen kun je misschien wel in het sproeiboog gebied lassen of het kortsluitboog gebied en hoef je niet te kiezen voor pulslassen.

  • We kennen tegenwoordig vele meng verhoudingen voor het beschermgas elke verhouding heeft zijn voor en tegen. Goed advies kan resultaat -verbetering opleveren, kosten besparen.

  •  Kies de juiste diameter voor de liner in het laspistool. Te klein geeft extra weerstand. Te groot geeft onregelmatige draadaanvoer.

  • Maak de liner op de juiste lengte zodat hij aansluit op de contacttip (houder) en inloop bij draadaanvoerrollen.

  • Bij een gasgekoelde toorts voor het lassen van staal gebruiken we een stalen liner met teflon bekleding, bij een watergekoelde toorts een stalen liner zonder bekleding. Bij bepaalde type watergekoelde lastoortsen gebruiken we ook stalen liners met teflon bekleding, zoals de MB EVO pro van Binzel. De teflon bekleding op de liner is bedoeld om er voor te zorgen dat het gas niet via de liner uit de linerkabel stroomt.

  • Gaan we gevulde lasdraad lassen, gebruik dan een kunststof of gladde stalen (vlakke) liner. Aluminium en RVS lassen we ook met een kunststof liner, meestal met een messing voorstukje zodat de liner niet aan het contacttipje vast smelt.

  • De invloed van contacttips wordt nogal eens onderschat. Enkel de juiste boring diameter geeft het juiste resultaat i.v.m. stroomoverdracht. De juiste koperkwaliteit zorgt ook voor de langste standtijd.

  • Een contacttip moet goed vast gedraaid worden in de houder. Niet goed vast geeft stoomoverdracht problemen en de contacttip zal extra warm worden i.v.m. met slechte warmte afvoer.

  • Enkel lassen op schoon materiaal heeft een goede las tot gevolg. Als er vet, roest, verf of andere verontreiniging aanwezig zijn geeft dit poreuze lassen. Dit kan visueel zichtbaar zijn maar ook in de las zitten.

  • Zorg voor een goede afstelling van de boog bij de dikte van het materiaal, een te lage stroom-spanning geeft plaklassen. Inbranding in het materiaal is van groot belang. Maak eens een breekproef en test de inbrandingsdiepte. (het is nog wel eens schrikken hoe slecht de inbranding is). Let op inbranding is geen inkarteling, inkarteling is altijd fout.

  • Bewaar lasdraad op een droge plaats, er mag geen roestvorming op de lasdraad zitten. Ondanks de verkopering (coating op blanke draad) kan de draad vrij snel gaan roesten (dit kan ook al het geval zijn door aanraking met vochtige handen.)

  • Zorg dat de toorts niet in scherpe knikken komt dit zal de draad aanvoer niet ten goede komen. Laat ook geen zware voorwerpen op het pakket vallen kunnen gas/water en stroomkabel pletten en geen goede doorlaat meer hebben.

  • Stel de draadaanvoerrollen zodanig af dat een constante draadaanvoer aanwezig is maar ook niet te strak dat als de draad vast loopt hij kan slippen. Een draad die in de draadaanvoerkast aan gaat lopen kan kortsluiting tot gevolg hebben.

  • Bij het lassen met gevulde draad kan ompoling van + en – aansluiting vereist zijn.

  • MIG / MAG lassen kan zowel met een stekende als een slepende toorts positie gebeuren. Bij slepend hebben we een beter inbranding maar een minder mooi lasuiterlijk. Dit is wel het geval bij stekend lassen.

  • Maak een las van de juiste maatvoering b.v. A hoogte. We gaan altijd uit van het dunste materiaal. Bij een hoeklas hanteren we 0,6 maal de dunste plaat is de A hoogte.

  • Laten we ook niet de aardklem vergeten deze is nogal eens van zeer slechte kwaliteit. De aardklem moet goed aandrukken – vast zitten. Vergeet ook de aansluiting van de kabel aan de klem en machine aansluiting.

  • De meeste machines beschikken over een mogelijkheid van keuze van smoorspoel. (zeker bij de wat zwaardere typen.) Deze keuze is er niet voor niets op gemaakt. De smoorspoel kan behoorlijke invloed hebben op het lasbeeld. Laat u informeren of de zin hiervan door de vakman.

  • Veel stroombronnen zijn met stappen schakelaars voor de spanning instelling, schakel deze nooit onder het lassen. Dit kan de contacten beschadigen met als gevolg doorbranden van trafo spoel. Draad snelheid kan wel onder het lassen geregeld worden.

  • Bij het instellen van de verhouding tussen spanning en stroom (draadsnelheid) begin altijd met een overschot aan draad. (dit voorkomt het vastbranden aan de contact tip) draai de snelheid onder het lassen terug tot de juiste instelling is verkregen.

Las tips van onze lezers:

  • A.van Loon: Voorverwarmen bij een bepaalde dikte.

Meer tips en adviezen? Neem gerust contact met ons op