Lasfouten bij het elektroden lassen

Lasfouten bij het elektroden lassen

Lasfouten moeten we zien te voorkomen. Lasfouten zorgen voor oponthoud in de productie. Het kost tijd om een lasfout op te lossen en het kost onnodig veel elektroden. We gaan bekijken waardoor lasfouten kunnen ontstaan en hoe je ze kunt voorkomen.

 

Oorzaken lasfouten

Er kunnen verschillende oorzaken zijn voor lasfouten, zo kunnen de elektroden niet goed meer zijn, de verkeerde elektroden kunnen zijn gebruikt, er zijn problemen met de apparatuur, fouten door de lasser en zo zijn er nog tal van mogelijke oorzaken voor lasfouten.

 

Lasfouten door slechte elektroden

We hebben het al eerder gehad over dat elektroden goed, warm en droog moeten worden bewaard. Doe je dat niet, dan loop je het risico dat de elektroden vochtig worden, de bekleding van elektroden trekt namelijk vocht aan. Wanneer je last met vochtige elektroden, kunnen er allerlei lasfouten ontstaan, maar ook als de kerndraad roestig, vuil of vet is. Lasfouten die kunnen ontstaan door slechte elektroden zijn:

  • Waterdamp in de las wat zorgt voor scheuren
  • Porositeit
  • Scheefbranden
  • slakinsluitingen

Controleer daarom altijd of je elektroden nog goed en droog zijn. Wanneer de elektroden donker verkleuren, dan weet je dat ze vochtig zijn.

 

Lasfouten vanwege problemen met apparatuur

Een ander probleem dat voor lasfouten kan zorgen, is de apparatuur. Wanneer het lastoestel slecht is, verslechterd is, of al in geen tijden meer gekeurd of gekallibreerd is, kunnen er lasfouten ontstaan doordat de elektrische boog uit gaat tijdens het lassen. Maar er kunnen ook problemen ontstaan wanneer het lasapparatuur niet juist ingesteld is waardoor er een te hoge boogspanning ontstaat of een te lage stroomsterkte. Hierdoor kunnen bindingsfouten ontstaan, doordat er te weinig energie ontstaat om het materiaal tot smelten te brengen of randinkartelingen doordat het gesmolten metaal onvoldoende opvult.

 

Lasfouten door de lasser zelf

Er kunnen ook fouten optreden doordat de lasser zelf fouten maakt. Niet alleen door verkeerde instellingen van de machine, zoals hierboven al genoemd, maar ook door een verkeerde houding van de laselektroden, zoals:

  • Verkeerde stand van de elektrode
  • Te lange boog of een te korte boog
  • Te snelle of te langzame lassnelheid

Maar ook door een:

  • Te krappe lasnaad
  • Een slechte verwijdering van de slak
  • slechte reiniging van het te lassen materiaal

Deze fouten kunnen allen op hun beurt weer zorgen voor de eerder genoemde lasfouten zoals porositeit, randinkarteling, bindingsfouten, slakinsluitingen, scheefbranden of het doven van de boog.

 

Andere lasfouten?

We hebben nu heel veel mogelijkheden bekeken. Het kan goed zijn dat je tegen een probleem aanloopt die we hier niet hebben besproken. Mocht je er niet uitkomen, dan kun je altijd eens bij ons informeren door contact met ons op te nemen.